Zorgen in het land: ’t staat in de krant

We roeptoeteren steeds meer dwars door elkaar heen
Mopperen is ordinair schelden geworden. Schelden op elkaar en vooral op de overheid is tot nationale volkssport verheven. Dat doen we vanachter computertjes, in onze eigen veilige bovenkamertjes. Wat een merkwaardige tegenstelling: we noemen het sociale media. Maar we zitten in echokamers van ons eigen gelijk.

Waar zijn we bang voor?
Wat zijn de collectieve zorgen? De ‘kopzorgen’ in de zin van min of meer nationale zorgen die aan kop liggen. Waar zijn we bang voor?

Voor aanslagen veraf en dichtbij. Voor wat er in Amerika gebeurt. Voor een te overheersende islam. Voor verlies aan identiteit van de Nederlandse samenleving. Tradities die verdwijnen. Ons gedeelde vertrouwen in instituties. De politiek met zoveel samenlevingsvraagstukken. Van klimaat en boze boeren, racisme en zwarte piet tot en met toekomstvragen als technologie die onze arbeid overneemt. Of de enorme bevolkingsgroei en steeds meer en steeds jonger: de dood op verzoek.

Geen boek en geen krant
Dit is geen boek en geen krant, maar georganiseerde informatie met fragmenten die aan elkaar zijn gesmeed. Dit journalistieke project is tot stand gekomen vanuit bedrukt papier dat bijna voorbij is. Waarom kranten? Zij vormen van oudsher een belangrijk voertuig voor het publieke debat. Net als politieke partijen, kerken en bonden waren kranten decennialang richtinggevend voor het doel, de zin en de samenhang in het leven van mensen.

We analyseren nauwkeurig de inhoud van deze mainstream-media en kijken daarbij naar onze grootste angsten en belangrijkste uitdagingen. Onze nationale kopzorgen. Zie dit project als een soort cultuurdiagnose. De onderzoekperiode is 2016 – heden op thema’s als internationale verhoudingen, de vrees voor aanslagen en oprukkende islam, de ‘staat’ van de christelijke godsdienst, de vermeende identiteiten van de Nederlandse samenleving, trends, actuele discussies en de politiek.

Klopt het zo?
‘Hij zocht tot hij de onzichtbare onderdelen gevonden had. Hij bleef kijken tot er een verhaal was ontstaan dat volledig klopte.’

Ik ben erg geporteerd van deze twee regels van schrijver Kees van Beijnum uit zijn boek Dichter op de Zeedijk (de Bezige Bij, 2003). Proberen te begrijpen was en is mijn beroep als journalist. Blijven kijken heeft iets te maken met streven naar waarheid.

Als die niet klopt, reageer dan. Zij het wel gefundeerd en als het even kan vanuit kranten als collectief voertuig.

Ik heb elk verhaal voor dit doeleind teruggebracht tot de kern. Elke krant, elk tijdschrift, elk stuk, elk woord is letterlijk door mijn handen gegaan. Elk citaat is verifieerbaar. Van elk stuk is het complete origineel bewaard en indien nodig beschikbaar. Is er ondanks alle zorgvuldigheid iets niet goed samengevat? Stuur me even een berichtje en we maken het nog beter of we halen het hele stukje weg.

Uitnodiging
Ik wil u uitnodigen met gefundeerde aanvullingen te komen en daarmee het verhaal af te maken. Als het erop aankomt verlangen we volgens mij naar een verhaal dat groter is dan wijzelf. We zijn, denk ik, ten diepste op zoek naar gemeenschap. Naar zin en zingeving. Naar doel en liefst ook nog wat samenhang.

‘Eigenlijk is er aan niets anders behoefte dan aan grote, platte stenen in de rivier van de tijd met zijn daverende stroomversnellingen. Stenen als rustplaatsen bij het oversteken’.

(Citaat: Dr. Anne van der Meiden, in: Stroomversnelling toch wèl-varen, 1975)

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Bijdragen aan deze website?

Deze website wordt zonder enige financiële ondersteuning onderhouden. Als je de opzet waardeert en je wilt dat laten blijken met een kleine bijdrage, heel graag!

Archief

Fijn dat u wilt doneren

In onafhankelijke onderzoeksjournalistiek gaat veel tijd en werk zitten en uw bijdrage wordt zeer gewaardeerd!

Bedrag