Allah is boos

Schrijnend actueel na Nice deze week. Na afloop van de bloedigste ramadan ooit (2016) schreef Allah een brief aan terroristen, opgetekend door socioloog, schrijver en imker Mohammed Benzakour.

Salaam walaykum terrorist,
Hoewel ik mij afvraag of deze vredesgroet voor u, sadistisch wanschepsel, nog enige betekenis heeft, groet en schrijf ik degene die zich aangesproken voelt. Korantaal is u kennelijk te hoog gegrepen. U bent een slechte, boze verstaander, u snapt er geen snars van. Daarom schrijf ik deze brief in een jargon dat u hopelijk wél zult begrijpen. (…)
Nu, lang heb ik gedragen en verdragen. Lang heb ik gezwegen. Zwijgen is mijn vak, zeker, het past mij als geen ander. Elke dag hef ik mijn armen naar een sprakeloze hemel. Maar vandaag verbreek ik deze stilte; ook aan stilzwijgen kleeft een grens, zelfs voor mij, de Schepper der hemelen. Het kan zo niet langer. Het loopt de spuigaten uit. Ik moet mij uitspreken en beschuldig en wijs u aan met ’n trillende vinger: ik ben de onophoudelijke smaad en laster aan mijn adres spuugzat.

Nee, ik heb het hier niet over de beledigingen, de guitige spotternijen of anderszins ‘godkritiek’ door het legertje komedianten, atheïsten, cartoonisten en andere lolbroeken. Nee, zij boeien mij niet; hun meer of minder ernstig bedoelde aanvallen vind ik in ‘t beste geval aardig, maar vaker slaapwekkend, wat niet onaangenaam is. Nee, volstrekt onacceptabel is het feit dat keer op keer mijn goedheilige naam wordt beklad en besmeurd met het slijk van barbarij. Ik doel hier op al die godgeklaagde bommen en granaten die u meent te mogen te ontsteken en daarbij dan mijn naam – ‘Allahu’akbar!’– in koeienletters te blèren. Dít is de grootst denkbare godlaster. Resulterend bovendien in de bloedigste ramadan sinds mensenheugenis – u moet zich schamen!

Er zijn lieden die mij Jezus noemen, anderen Jaweh of Allah. Weer anderen zien in mij een toornige huistiran, olifant, boom of een kale dikbuik. Ik vind alles best. Ik ben wie ik ben: auteur van een klein maar gewichtig oeuvre. Noem mij gewoon God of Natuur, dat scheelt een hoop verwarring.

Zoals bekend schreef ik lang geleden een monumentaal boek, resultaat van diepgoddelijke ingeving. Een compleet handboek. Alles staat erin. Een werk dat zich kan meten met de mooiste poëzie uit de mensengeschiedenis; een opus dat bedoeld was om u, verdwaald flutgrut, tot hogere hoogten te brengen, tot ver buiten uw kleine ik. (…) Echter liet m’n werk zich schandalig vaak presenteren als van banale, moorddadige oorsprong. Dus verschijnt daar ineens de man met de bom, hij is boos, hij is wanhopig, hij is in de war, hij zint op wraak, sputtert wat priesterlijke woorden, gooit er een bak obscure rites tegenaan, brult mijn naam en werpt zichzelf ten slotte met springstof in een kluit van een van mijn meest vernuftigste creaties: de mens. Maar geen van jullie, beul noch godsoldaat, rechter noch democratisch gekozen leider, géén van jullie heeft het snippertje recht om welke van mijn producten te vermorzelen of ook maar te verminken. Hun ziel is mijn ziel. Hun pijn is mijn pijn.

Nog misselijker wordt het wanneer het bloedige resultaat als een lotsbestemming of een hogere gave aan de man wordt gebracht, doodernstig en smetteloos. In gedachten zien deze bloedhonden zich al laven in mijn tuinen vol wijnen en wijven. Een gotspe! En ik? Ikzelf mag intussen instemmend toekijken, genoeglijk kwijlend in mijn baard. Nee jongens, zo zijn we niet getrouwd. (…)

Allahu’akbar — jawel, ik ben groot, grandioos groot. Maar niet in de betekenis van uw guppenbrein. Ik ben groot omdat ik Alles ben. Omdat ik in alles vervat zit, in ‘t kleinste sprietje en spinnetje. Dat moest u diep nederig stemmen. Uw hooggestemde hygiëne en zelfverheffing heb ik niet nodig. Ooit liet ik een scheet en dacht dat het goed was. Maar ook mijn scheten, eerlijk is eerlijk, kunnen flink stinken. U bent het levende bewijs.

Het Koninkrijk Gods of, zo u wilt, het Kalifaat Gods is niet hier bij mij maar daar bij u. De grond onder uw voeten. Daarbuiten heerst duisternis. Daarbuiten vriest het. Daarbuiten stinkt het naar kadavers. Dus nogmaals: stop met te slachten in mijn naam, in godsnaam. Ik heb hier part noch deel aan. De rest van de rekening volgt later.

Met de minste hoogachting,

Allah

NRC 9 juli 2016 Mohammed Benzakour

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Bijdragen aan deze website?

Deze website wordt zonder enige financiële ondersteuning onderhouden. Als je de opzet waardeert en je wilt dat laten blijken met een kleine bijdrage, heel graag!

Archief

Fijn dat u wilt doneren

In onafhankelijke onderzoeksjournalistiek gaat veel tijd en werk zitten en uw bijdrage wordt zeer gewaardeerd!

Bedrag